Lied 976 : Ons heeft de Heer met liefde neergeschreven

Tekst: S. de Vries – muziek: W. Vogel

De 2e brief aan de Koriëntiers die Paulus schreef, is de inspiratiebron voor Sytze de Vries de schrijver van dit lied.
In die brief schrijft Paulus.
“Door mijn werk zijn jullie een brief van Christus die iedereen lezen kan. Natuurlijk is dat geen brief op papier maar het leven door jullie geleid bepaald door de Geest en wat iedereen kan zien”.
In de eerste regel blijkt al meteen de opzet: ons persoonlijk leven vormt de inhoud van deze brief. De briefschrijver is God zelf. Hij schrijft een brief, een levensverhaal dat zijn droom met mensen, met ieder van ons, verwoordt. Hij schrijft over ons met veel liefde.
Gods droom met de mensen is meteen zijn erfenis, aan ons geschonken en voorgeleefd door Jezus. Gods droom kan worden gelezen in de bijbel: het is een droom van vrede en liefde en gerechtigheid.
Ook de dichter laat ons zingen: dat ons leven zo nauw mogelijk aansluit bij Gods droom.

Om Gods droom aan te voelen en te begrijpen, hebben we zijn Geest nodig. Hij helpt ons de brief te lezen, Hij hertaalt voor ons Gods bedoelingen.
De wijze waarop de Geest in ons aan het woord is, kunnen we vergelijken met de wijze waarop een blokfluit klanken voortbrengt. Een blokfluit is een eenvoudig stukje hout, droog en levenloos. Tot er iemand lucht, adem doorjaagt. Dan komt het stuk hout tot leven: omdat het beroerd wordt door iemands adem.
Een tekst blijft dode letter tot hij door iemands adem tot leven komt en hoorbaar wordt. Een lied blijft stom en levenloos indien er geen adem is die de woorden en de partituur in klanken omzet.
Volgens onze dichter herdicht Gods Geest het geschreven Woord.
Huub Oosterhuis schrijft in het lied Boek jij bent geleefd, zeg ons hoe te leven.
Het is niet de letter maar de Geest en de uitwerking daarvan.
Wat God heeft neergeschreven wordt onze roeping. Het vormt de zin van ons bestaan, ons levensdoel. Wij moeten Gods ontferming verkondigen.

Het is opvallend hoe dichters voor hun teksten zelden of nooit grijpen naar kerkelijke wetten, dogma’s of geboden. Zij spreken een andere taal: een liturgische, een vierende taal. Zo is het ook met de dichter van deze liedtekst. In de derde strofe verwoordt hij de opdracht die wij krijgen.
Het lied zingen is al een stap in de goede richting. Het samen zingen verzekert ons ook van de steun van onze medegelovigen wanneer wij af en toe te weinig adem hebben.

Write a comment:

*

Your email address will not be published.