Psalm 131 is een psalm die niet erg bekend is, heel anders dan zijn voorganger psalm 130, De profundis, uit de diepten .
Psalm 131 is een bedevaartspsalm en geeft weer het grote verlangen om naar de tempel in Jeruzalem te gaan. De heilige stad, de stad Gods.
Maar ter bedevaart gaan vraagt om een innerlijke houding van eenvoud, inkeer en gericht zijn op het doel.
Het is een lied van onrustig verlangen. Eigendunk ,trots en ambitie, ze bestaan niet bij een rechtgeaarde bedevaartganger.
De dichter ziet zichzelf als een gespeend kind bij moeder op schoot. Dat oude woord, spenen, is in de tegenwoordige cultuur lastig te vertalen. In het Engels wordt het nog gebruikt, de NBV heeft het woord al losgelaten. Een kind dat moet afwennen van de borst. De Nederlandse vertaling, Lied 131a, kiest ervoor om het element van de boosheid van het kind dat zo graag nog zou drinken te expliciteren: ‘weg alle woede’. Getroost op de schoot van zijn moeder.
Ontstaan
Het lied is ontstaan in Schotland, waar de berijmde psalmen in Church of Scotland en Free Church nog meer dan de Geneefse psalmen in het maatpak van bestaande melodieën moeten passen. John Bell, die zich hier zeer aan ergerde, heeft zich ervoor beijverd om vele psalmen een vorm te geven waarin tekst en toon met elkaar in evenwicht zijn.
Zoals algemeen gebruiksgoed werd voor liturgische liederen gebruik gemaakt van bestaande volksmelodieën.
Het oorspronkelijke lied is een volkslied, gemaakt als loflied op het eiland Mull, een groot eiland in de Inner Hebrides, ‘stapsteen’ voor het eiland Iona. Op het eiland Mull ligt het plaatsje Bunessan. (Lied 216) Het is een karakteristieke melodie, met enkele sprongen die even moeten wennen voor wie niet aan de Schots/Keltische muziektaal gewend is. Het origineel kent vele variaties in tempo; bij dit lied, met deze tekst, en slechts twee strofen, is een rustig tempo te verkiezen.

Write a comment:

*

Your email address will not be published.