Het thema in de veertigdagentijd is ‘Onvoorwaardelijke liefde’, vertaald in de zorg van een moeder voor haar kinderen. Het lied van vandaag sluit daar bij aan. De oorspronkelijke door Oosterhuis gekozen titel is ‘Lied van woord en weg …’, de sleutelwoorden in dit lied.

Boven de eerste uitgave van dit lied staat: ‘dat je gaat op zijn weg, al doende de woorden die ik gebied vandaag. Het zal je zijn tot geluk! – Deuteronomium 10,12’. Deze tekst verwijst naar de laatste regels van het eerste couplet. Dit lied werd eerst van een melodie voorzien door Willem Vogel en vervolgens met een melodie van Antoine Oomen.

Het eerste couplet begint met de woorden ‘Zoals als een moeder zorgt’. Dit is een verwijzing naar Jesaja 66: 12-13. ‘Een god’ wordt vergeleken met een moeder die zorg en vastigheid geeft (‘waarborgen’) aan de haar toevertrouwde kinderen. Zo is ‘een god van liefde’ onophoudelijk en hevig betrokken. Hoe is dat te merken? Door zijn ‘woord dat Hij ons heeft gegeven’.

Het tweede couplet gaat door op het woord. Met ‘dat woord’ gaat het verder. Het gedenkt de bevrijding uit Egypte en de tocht door de woestijn. ‘Het woord’ blijkt het woord ter bevrijding te zijn, dat ons – als een moeder – bij de hand neemt. In feite is het ook zo: het slavenvolkje is pas in die veertig jaar woestijn het volk van God geworden. Nu wordt herinnerd dat het woord de kinderen bij de hand neemt op die moeilijke weg: ‘dwars’, ‘hoog’, ‘heet’, ‘droog’, ‘onbegaanbaar’.

Het derde couplet sluit af met een met een natuurbeeld voor God: ‘een waterval’. Dat roept kracht op, beweging, overvloed en continuïteit. Na de reeks woorden die de moeizame weg aanduiden volgt nu een reeks woorden die het plezier van de onverwachte nabijheid van God tekent: een Gij, iemand die achter je, naast je, tegenover je staat.

Schrijf een reactie:

*

Your email address will not be published.